NEN-EN 2 - brandklassen.
Onder een brandklasse verstaat men een groep van gelijksoortige branden, geordend naar de aard van de brandende stoffen. Dit is in het bijzonder van belang voor de bestrijding van een branden met een brandblusser. De brandklasse wordt door middel van een pictogram en de desbetreffende letter op de brandblusser weergegeven.
De brandklassen zoals vastgelegd in de NEN-EN 2:
| |
- Brandklasse A - Vaste stoffen
Branden van vaste stoffen van doorgaans organische oorsprong, die in het algemeen onder gloeivorming verbranden zoals hout, papier, stro en/of textiel.
Blusmiddelen: Brandslanghaspel - AFFF - Poeder
|
| |
- Brandklasse B - Vloeistoffen
Oppervlakte branden van vloeistoffen of vloeibaar wordende stoffen zoals bezine, petroleum, alcohol, vet en teer.
Blusmiddelen: Brandslanghaspel - AFFF - Poeder - Co2 |
| |
Branden van gassen onder druk zoals aardgas, butaan, propaan en waterstof.
Blusmiddelen: Poeder
|
| |
Branden van metalen zoals natrium, kalium en magnesium.
Blusmiddelen: Metaalblusser
|
|
Vroeger werd nog wel eens de brandklasse E gebruikt. De aanduiding E was bedoeld voor branden in of aan elektrische apparatuur onder spanning. Dit zijn in het algemeen normale brand van de brandklasse A, echter met elektrische spanning als bijkomend risico. Volgens de opstellers van de Europese Norm EN 2 voor brandklasse is echter geen officiële brandklasse aanduiding, die dan ook niet meer gebruit wordt. |
|
- Brandklasse F - Frituurolie/-vet branden
Branden van plantaardige en dierlijke oliën en vetten in frituurtoepassing.
Blusmiddelen: Vetblusser |
Bron: VEBON Nederland
