| Webshop |
| Producten |
| Diensten |
| Onderhoud & Controle |
| Links |
![]() |
![]() |
Controle elektrisch gereedschap volgens NEN 3140 norm
De ARBO, ISO en VCA eisen van bedrijven dat deze met gekeurde arbeidsmiddelen werken. Deze keuring is een periodieke keuring en moet volgens een bepaalde frequentie uitgevoerd worden. De opdrachtgever kan eisen dat u met gekeurde arbeidsmiddelen op de werkvloer verschijnt. Zie 8. Frequentie om de keuringsfrequentie voor uw bedrijf te berekenen. Isolatieweerstand
Waarde isolatieweerstand De isolatieweerstand van: - geaarde toestellen moet groter of gelijk zijn aan 1 M - dubbel geïsoleerde apparaten moet groter of gelijk zijn aan 2 MAchtergrondinformatie isolatieweerstand De uitwendige metalen delen zijn via een dubbele isolatie gescheiden van de spanningsvoerende delen en worden niet geaard. Bij nieuwe apparaten is de isolatieweerstand erg hoog. Maar bij gebruik kan, vooral als het toestel inwendig nat en vuil is, de isolatieweerstand afnemen en kan men een schok van het apparaat krijgen. Volgens NEN 3140 moet de isolatieweerstand van Klasse II toestellen groter of gelijk zijn aan 2 M
Visuele controle
Meting Bij kabelhaspels en verlengsnoeren moeten we de weerstand van de beschermingsleiding meten. De maximaal toegestane waarde is afhankelijk van de lengte en de diameter van de kabel. Beschermingsleiding Uitvoeren meting De ene meetpen op het metalen gestel of behuizing en de andere meetpen op de randaarde van de stekker. Lees de waarde van de weerstand af. Deze moet kleiner of gelijk zijn aan de waarde volgens bovenstaande tabel. Achtergrondinformatie beschermingsleiding Klasse I toestellen hebben een metalen gestel dat door middel van een beschermingsleiding met de aarde van het elektriciteitsnet moet worden verbonden. In de aansluitleiding van deze apparaten zit een groen/gele draad die voor deze aardverbinding moet zorgen. Bij een isolatiedefect in een Klasse I toestel zal er een stroom door de beschermingsleiding vloeien. Door deze stroom smelt de smeltveiligheid door, schakelt de installatieautomaat of aardlekschakelaar uit. Hierdoor wordt de stroom onderbroken waardoor het toestel spanningsloos wordt.
De veiligheid bij het gebruik van Klasse I toestellen is dus afhankelijk van de toestand van de beschermingsleiding. Zou deze beschermingsleiding onderbroken zijn dan komt, bij een isolatiedefect, het metalen gestel onder spanning te staan en zal aanraking een elektrisch ongeval kunnen veroorzaken. Het is dan ook van groot belang deze beschermingsleiding te controleren op een onderbreking.
Bij het doormeten dient de leiding flink te worden gebogen en op trek te belasten om een eventuele breuk in de ader op te sporen. 3-fase toestellen Inspectiepunten 3-Fase toestellen Verloopstekker voor het keuren van 3-fase toestellen. De keuringspunten zijn hetzelfde als geaarde toestellen. Dus een visuele controle, meten van de isolatieweerstand en de weerstand van de beschermingsleiding. Gegevensverwerkende toestellen PC's, printers, fax, beamers, etc.
Visuele controle
Eveneens moet worden nagegaan of de behuizing en de bedieningsorganen geen gebreken vertonen waardoor de elektrische veiligheid in gevaar komt. IP-aanduiding In totaal kennen we drie soorten beschermingsgraden, tegen water, tegen stof en voorwerpen en tegen mechanische krachten, in de volksmond, vandaalvastheid. De mate van bescherming wordt aangegeven door een IP-aanduiding, u treft dan bijvoorbeeld IP44 aan op het materieel, dit betekent dat het materieel spatwaterdicht is. Deze IP-aanduiding wordt internationaal toegepast en is een nauwkeurige methode waarmee de beschermingsgraden van omhulsels wordt aangegeven. Afhankelijk van de mogelijke risico's moet materieel ingezet worden met de juiste beschermingsgraad.
De IP beschermingsgraad wordt aangegeven door twee cijfers:
Keuringsfrequentie
Bepalen van de frequentie van inspectie elektrische apparaten en toestellen De tijd tussen twee opeenvolgende inspecties van elektrische arbeidsmiddelen hangt af van de frequentie van gebruik, de deskundigheid van de gebruiker, de omgeving, de kans op beschadiging en het resultaat van de huidige en voorgaande inspectie. Door onderstaand vragen te beantwoorden kan de frequentie worden vastgesteld. Per vraag krijgt men een aantal punten die opgeteld moeten worden. Vervolgens leest u in de tabel de frequentie af.
Vraag A: de frequentie van gebruik Het elektrisch arbeidsmiddel wordt: A1 Regelmatig of vaak gebruikt: 10 punten A2 Zelden gebruikt (minder dan 5 x per jaar): aantal punten: 4
Vraag B: de deskundigheid van de gebruiker Het elektrisch arbeidsmiddel wordt: B1 Uitsluitend door elektrotechnisch deskundigen gebruikt: Aantal punten: 4 B2 Niet uitsluitend door elektrotechnisch deskundigen gebruikt: Aantal punten: 10
Vraag C: de omgeving De omgeving waarin het elektrisch arbeidsmiddel wordt gebruikt is: C1 Een niet industriële omgeving, schoon en droog, levert geen brand- of explosiegevaar op en is vrij van van transportmiddelen of zware materialen: Aantal punten: 2 C2 De omgeving waarin het elektrisch arbeidsmiddel wordt gebruikt is niet eenduidig vast te leggen, maar niet vergelijkbaar met een zware industriële omgeving of een omgeving waar wordt gewerkt met transportmiddelen of zware materialen. Aantal punten: 10 C3 De omgeving waarin het elektrisch arbeidsmiddel wordt gebruikt kenmerkt zich als een zware industriële omgeving, een bouwplaats of als een omgeving waarin wordt gewerkt met transportmiddelen of zware materialen. Aantal punten: 15
Vraag D: de kans op beschadiging Tijdens het gebruik en in de perioden tussen het gebruik is de kans op beschadiging van het elektrisch arbeidsmiddel: D1 Bijzonder klein, zoals bij een beschermd gelegd verlengsnoer of een PC in een kantooromgeving. Aantal punten: 2 D2 Klein, maar reëel aanwezig, zoals bij elektrische arbeidsmiddelen in een kleine werkplaats of in een auto van een servicemonteur. Aantal punten: 10 D3 Groot zoals op een scheepswerf. Aantal punten: 15
Bepalen van de frequentie van de inspectie Tel het aantal punten op en lees de inspectiefrequentie af in de tabel of in de grafiek.
|
|